You have not added an image yet. Please upload and apply an image.

Rekenkoning Junior

Rekenkoning Junior

Wat leert je kind van deze app:

Rekenen

  • Tellen
  • Optellen (erbij)
  • Aftrekken (eraf)
  • Vermenigvuldigen (keer)
  • Delen
  • Meetkunde
  • Vergelijken
  • Puzzels
  • Meten
  • Breuken

Doelgroep: 4 – 12 jaar

Download_on_the_App_Store_Badge_NL_135x40

googleplay

Hieronder laat ik je 5 rekenapps zien. De tweede app die ik je laat zien is de app die ik hier beschrijf.

De app

Je kan kiezen uit 10 rekenboeken waarmee je kan oefenen.

  • Tellen
  • Optellen (erbij)
  • Aftrekken (eraf)
  • Vermenigvuldigen (keer)
  • Delen
  • Meetkunde
  • Vergelijken
  • Puzzels
  • Meten
  • Breuken

Ieder boek biedt 9 hoofdstukken. Dat zijn de verschillende oefeningen waarmee je aan de slag kan. Je oefent steeds 10 sommen.

Tellen:

  • Hoeveel plaatjes zie je hier?
  • Hoeveel vingers zie je hier?
  • Maak de telrij (t/m 5) af. Welk getal hoort op de plaats van het vraagteken?
  • Hoeveel stippen heeft de dobbelsteen?
  • Wat komt hierna? Twee, drie, ….?
  • Hoeveel …. zie je hier? Je ziet twee soorten fruit.
  • Hoeveel poten? Tel de poten van de dieren.
  • Hoeveel plaatjes/vingers/stippen zie je hier? Kies uit één van de vier antwoorden.
  • Mix van de bovenstaande opdrachten.

Rekenkoning-jr-Tellen2-

 

Optellen:

  • Hoeveel zie je in totaal? Tel het fruit uit beide kommen bij elkaar op.
  • Hoeveel vingers zie je in totaal? Tel de vingers van beide handen bij elkaar op.
  • Hoeveel stippen zie je in totaal? Tel de stippen van beide dobbelstenen bij elkaar op.
  • Hoeveel komt erbij? Kijk naar de getallen op de getallenlijn. Hoeveel is erbij gekomen?
  • Welke som hoort bij het plaatje?.
  • Geef antwoord op de som (2+2 =)
  • Cijferen: Je ziet een optelsom (onder elkaar opgeschreven). Welk getal hoort op de plaats van het vraagteken?
  • Welke set dobbelstenen heeft het even aantal dobbelstenen als je hier ziet?
  • Mix van de bovenstaande opdrachten.

Rekenkoning-jr-optellen2-

Aftrekken:

  • Wat is het verschil? Hoeveel heeft de één meer?
  • Wat is het verschil? Hoeveel vingers heeft de ene hand meer dan de andere?
  • Wat is het verschil? Hoeveel stippen heeft de ene dobbelsteen meer dan de andere?
  • Hoeveel is eraf gegaan? Kijk naar de getallen op de getallenlijn.
  • Welke som hoort bij het plaatje?
  • Geef antwoord op de som (9-2=)
  • Cijferen: Je ziet een aftreksom (onder elkaar opgeschreven). Welk getal hoort op de plaats van het vraagteken?
  • Welke set dobbelstenen heeft hetzelfde aantal verschil in stippen als de dobbelstenen die je hier ziet?
  • Mix van de bovenstaande opdrachten.

Rekenkoning-jr-optellen-

Vermenigvuldigen:

  • Keer twee. Je ziet een aantal plaatjes. Je wordt gevraagd hoeveel twee keer zoveel is.
  • Hoeveel ogen in totaal? Je ziet een aantal dobbelstenen met hetzelfde aantal ogen. Bedenk de keersom en het antwoord.
  • Hoeveel tomaten? Je ziet een aantal potten met hetzelfde aantal tomaten per pot. Bedenk de keersom en het antwoord.
  • Hoeveel in totaal? Ieder kind heeft ….. appels. Hoeveel hebben ze samen?
  • Welke som hoort bij het plaatje?
  • Je ziet een aantal torentjes en een aantal blokjes per toren. Welke keersom hoort erbij?
  • Hoeveel poten? Je ziet een aantal dieren. Hoeveel poten zijn er in totaal?
  • Geef antwoord op de som (2×10).
  • Sprongen op de getallenlijn. Je ziet een aantal sprongen en je ziet hoe groot de sprongen zijn. Wat is het antwoord op deze som?
  • Mix van de bovenstaande opdrachten.

Rekenkoning-jr-keersommen-

Delen:

  • Hoeveel is de helft (van het aantal plaatjes)?
  • Hoeveel per kind? Je ziet een aantal appels en een aantal kinderen. Hoeveel appels krijgt elk kind?
  • Hoeveel wegen de gewichten per stuk? Je ziet een aantal gewichten op een weegschaal.
  • Hoeveel potten zijn er nodig? Je ziet een pot met een aantal tomaten. Hoeveel potten heb je nodig voor … tomaten?
  • Hoeveel vierkantjes per stuk. Geef een breuk als antwoord.
  • Hoeveel poten? Je ziet een aantal poten/benen. Hoeveel dieren zijn er verstopt?
  • Geef antwoord op de breuk.
  • Hoe groot zijn de sprongen op de getallenlijn?
  • Mix van de bovenstaande opdrachten.

Rekenkoning-jr-deelsommen-

Meetkunde: In het filmpje hierboven laat ik deze sommen zien. Let op het gaat om de tweede app in het filmpje!

  • Waar zie je een driehoek/vierkant/cirkel/rechthoek?
  • Hoeveel randen heeft deze vorm?
  • Hoeveel vierkantjes heeft deze vorm?
  • Waar zie je dezelfde vorm (gedraaid)?
  • Waar zie je een cilinder/prisma/piramide/kubus/bol?
  • Waar zie je dezelfde vorm (gespiegeld)?
  • Hoeveel graden heeft deze hoek?
  • Hoeveel vierkanten vallen binnen deze vorm?
  • Mix van de bovenstaande opdrachten.

Rekenkoning-jr-meetkunde-

Vergelijken:

  • Waar heb je het meest van (meer appels of peren?)?
  • Welke is het grootst/kleinst/op één na grootst/op één na kleinst?
  • Welke potlood is het langst?
  • Groter dan of kleiner dan ( > of < )?
  • Vergelijk het aantal vruchten? Zijn ze gelijk (evenveel) of ongelijk?
  • Lees de som. Is de som gelijk of ongelijk aan het antwoord?
  • Waar zie je het meest?
  • Maak de som af ( 3 < ? < 9 ).
  • Mix van de bovenstaande opdrachten.

Rekenkoning-jr-vergelijken-

Puzzels:

  • Welk stukje hoort bij het plaatje?
  • Wat hoort erbij? Je ziet twee plaatjes (bijvoorbeeld een peer en een appel). Welk plaatje past erbij?
  • Wie krijgt de appel? Los het doolhof op.
  • Patronen.
  • Wat hoort er niet bij?
  • Combineer de twee plaatjes tot één.
  • Maak de reeks af (getallenreeks).
  • Welke vorm komt hierna?
  • Mix van de bovenstaande opdrachten.

Rekenkoning-jr-puzzelen-

Meten:

  • Hoeveel weegt het bij elkaar?
  • In welke kan zit evenveel/ het dubbele/ de helft?
  • Wat is het zwaarst? Kies het juiste plaatje.
  • Tabel aflezen.
  • Hoe laat is het? Van analoge klok naar digitale klok.
  • Hoeveel weegt het bij elkaar?
  • Hoe lang is het potlood? Lees het af op de liniaal.
  • Tijdsverschil.
  • Mix van de bovenstaande opdrachten.

Rekenkoning-jr-meten-

Breuken:

  • Lees de maatkan af en geef antwoord in een breuk.
  • Welke breuk zie je hier?
  • Welke breuk zie je hier?
  • Kijk goed naar de getallenlijn. Welke breuk hoort bij het vraagteken?
  • Wat is de som van deze twee breukcirkels?
  • Wat is het verschil tussen deze twee breukcirkels?
  • Welke breuk is evenveel? kies uit de breukcirkels.
  • Welk plaatje hoort bij de breuk.
  • Mix van de bovenstaande opdrachten.

Rekenkoning-jr-breuken-

Je mag per opgave niet meer dan 2 fouten maken. Zodra je 3 fouten hebt is de opdracht mislukt en mag je het opnieuw proberen. Ook krijg je per fout minder punten.
De laatste opgave (mix van alles sommen) van elk boekje dient als een toets. Er worden dan 16 opdrachten gevraagd om te zien of je alles uit het boekje hebt begrepen. Dan pas kan je verder met het volgend boekje.
Je begint dan ook bij boekje 1 en opgave 1 en je moet steeds de volgende opgave of boekje zien vrij te spelen door weinig tot geen fouten te maken per opgave.

 

Mijn mening

Ik vind de app heel leuk en vooral aantrekkelijk voor kinderen. Kinderen krijgen al gelijk zin om aan de slag te gaan. De jonge kinderen gaan oefenen met tellen. Oudere kinderen kunnen uit de andere oefenboekjes kiezen. Wel moeten ze de boekjes eerst vrijspelen. Per keer doe je een aantal sommen. Aan het einde van de sommen krijg je ervaringspunten. Kinderen kijken er steeds naar uit om een nieuwe level te halen en zijn dan benieuwd welk beroep ze nu halen.

Tussendoor krijg je een medaille als motivatie om door te gaan. Je ziet waarom je een medaille hebt gehaald en wat je moet doen om een betere medaille te kunnen verdienen.

Er komen veel rekenonderdelen aan bod.

Op zich vind ik de app heel leuk en goed inzetbaar, maar ik kom ook aardig wat minpunten tegen.

Bij het onderdeel tellen vind ik niet alle opdrachten even goed uitgewerkt om het passend te maken voor de doelgroep. Peuters en kleuters beginnen al met tellen, maar ze kunnen nog niet lezen.
Bij de onderdelen “Wat komt hierna?” wordt verwacht dat kinderen de getallen al kunnen lezen in letters. Bij een ander onderwerp moeten de kinderen kunnen lezen welke fruitsoort er bedoeld wordt.
Ook bij “Hoeveel poten?” is een beetje hulp nodig. De vis is een strikvraag en heeft 0 poten en bij een mens moet je 2 poten als antwoord geven, terwijl mijn zoontje terecht zegt dat een mens geen poten heeft, maar benen!

Soms krijgen kinderen een verkeerde opdracht. Zo wordt er bijvoorbeeld gevraagd hoeveel appels er overblijven, maar moeten de kinderen als antwoord geven welke som bij het plaatje hoort. Dat vind ik wel jammer, want in het begin kan dit wel even verwarrend zijn. Zo wordt er bij de deelsommen gevraagd hoeveel vierkantjes er per stuk zijn en moet je als antwoord een breuk geven. Dat vind ik weer een stap te ver gaan, vooral als je net lekker bezig bent met de deelsommen en nog nooit een breuk hebt gezien.
Verder vind ik de opdrachten vaak slecht geformuleerd. Gelukkig is goed te zien wat er bedoeld wordt.

Bij breuken vind ik het jammer dat er niet wordt gesproken over een hele. Zo geef je 4/4 als antwoord in plaats van 1 hele. Als juf rekende ik 4/4 als antwoord altijd half fout.

Leave a reply